Nederlands
Het vakgebied Nederlands bestaat uit communicatieve vaardigheden, functioneel schrijven en functioneel lezen.
Communicatieve vaardigheden
Hier gaat het om het uitbreiden van je woordenschat en het verbeteren van je sociale vaardigheden:
- Hoe ga je met anderen om?
- Wat kun je wel of niet zeggen?
- Hoe luister je goed naar een opdracht?
- Hoe stel je je zelf voor?
- Hoe geef je je mening?
- Hoe vraag je hulp?
- Hoe voer je een telefoongesprek?
Functioneel schrijven
Bij functioneel schrijven leer je leesbaar en duidelijk schrijven. Je leert bijvoorbeeld hoe je een verslag voor de schoolkrant of voor je stage moet schrijven, hoe je een bestelbon moet invullen of hoe je een aanvraagformulier voor een bibliotheekkaart moet invullen. Daarnaast leer je brieven schrijven, post adresseren en een afspraak noteren.
Functioneel lezen
Bij functioneel lezen draait het om al het leesbare wat je dagelijks tegenkomt en om het leesplezier van boeken, kranten of tijdschriften. Je leert in eigen woorden een artikel uit de krant na te vertellen, een recept te lezen en de juiste informatie uit een nieuwsbericht te halen. Ook leer je informatie op te zoeken over bijvoorbeeld treintijden.
